Civiel bestuursverbod

Met ingang van 1 juli 2016 is het mogelijk een civielrechtelijk bestuursverbod opgelegd te krijgen voor bestuurders van rechtspersonen die zich tijdens of in de 3 jaar voorafgaand aan een faillissement schuldig maken aan ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’. Een bestuurder met een bestuursverbod kan niet langer bestuurder blijven van het failliete bedrijf. Ook bij andere rechtspersonen waar hij bestuurder is, kan hij niet langer aanblijven. Bovendien kan hij niet opnieuw bestuurder of commissaris worden. Het bestuursverbod duurt maximaal 5 jaar. Doel van het bestuursverbod is het bestrijden van faillissementsfraude. In brede kring wordt getwijfeld over het nut en de effectiviteit van de regeling. Er wordt vooral bij curatoren een taak neergelegd, die eigenlijk daar niet hoort. De curator dient primair het belang van de gezamenlijke crediteuren van een failliet te behartigen. Deze werkzaamheden dragen daar niet aan bij. Verder is niet echt stilgestaan bij de internationale context. Een bestuurder kan namelijk nog wel in het buitenland bestuurder van een rechtspersoon worden. Die rechtspersoon kan in Nederland een rechtspersoon oprichten. Kortom, eigenlijk zou in Europees verband aan anti-misbruik regelgeving moeten worden gewerkt.

A director disqualified from managing a company can no longer remain a director of the bankrupt company. Nor can they remain directors of other legal entities where they hold this position. Furthermore, they cannot become directors or supervisory directors again. This disqualification last for a maximum of 5 years. The aim of this disqualification is to combat bankruptcy fraud.

The utility and effectiveness of the rule is widely questioned. This actually does not fall within the scope of the principal task assigned to trustees. The trustee’s primary task is to promote the interests of all a bankrupt’s creditors. This activities do not contribute to this goal. Furthermore, it is not really important in the international context. A director can still become a director of a legal entity abroad. The legal entity can set up a legal entity in the Netherlands.

In short, work should really be done concerning anti-abuse regulations in a European context.