Weer een verplichte beëindiging van een slapend dienstverband

Wanneer de werkgever na twee jaar ziekte in dienst houdt, zonder dat de werknemer nog arbeid verricht en loon ontvangt, dan is er sprake van een slapend dienstverband.

Op 29 juli 2019 heeft een kantonrechter te Arnhem geoordeeld dat een werkgever verplicht is om het dienstverband met een langdurig zieke werknemer te beëindigen (ECLI:NL:RBGEL:2019:3440).

Dit kan de werkgever vreemd in de oren klinken. Er bestaat toch zeker geen verplichting om een dienstverband te beëindigen, daar staat de contractsvrijheid toch aan in de weg? Afhankelijk van de omstandigheden van het geval, oordelen rechters soms dat een werkgever op grond van het goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) verplicht is om het dienstverband met een langdurig zieke werknemer te beëindigen.

Het belang van de werkgever bij een slapend dienstverband, is dat betaling van de transitievergoeding kan worden ontlopen. Werkgevers stellen zich in procedures over dit soort dienstverbanden over het algemeen op het standpunt dat de transitievergoeding bedoeld is om de transitie naar een nieuwe baan te vergemakkelijken, wat bij langdurige ziekte niet aan de orde is. Werknemers stellen daar in het algemeen tegenover dat het slapende dienstverband inhoudsloos is geworden omdat er geen sprake meer is van arbeid en loon, dat er een groot financieel belang bestaat bij het ontvangen van de transitievergoeding en dat de werkgever de transitievergoeding, op grond van de compensatieregeling transitievergoeding, uiteindelijk niet uit eigen zak hoeft te betalen.

Op 10 april 2019 heeft de kantonrechter te Roermond prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over de vraag of werkgevers verplicht zijn om een slapend dienstverband te beëindigen (ECLI:NL:RBLIM:2019:3331). Het antwoord van de Hoge Raad laat nog op zich wachten.

Uit de beslissing van de kantonrechter te Arnhem blijkt dat rechters niet bang zijn om – op grond van een weging van de omstandigheden van het geval – vooruitlopend op het oordeel van de Hoge Raad een werknemersvriendelijk oordeel te vellen. De weegschaal slaat – ook op grond van een weging van de omstandigheden van het geval – echter ook vaak genoeg de andere kant op (vgl. bijvoorbeeld ECLI:NL:RBOBR:2019:4090 en ECLI:NL:RBROT:2019:4911).

De les die uit het voorgaande kan worden getrokken, is dat de werkgever iedere zaak van geval tot geval zal moeten beoordelen, omdat rechters op grond van de weging van alle omstandigheden van het geval een oordeel zullen vellen over de al dan niet verplichte beëindiging van een slapend dienstverband.