Vanaf 1 januari 2012 heeft iedere werknemer een wettelijk recht op minimaal 20 vakantiedagen per jaar.

Nu mogen werknemers hun vakantiedagen opsparen tot vijf jaar na de laatste dag van het opbouwjaar. Voorbeeld: een werknemer met ongebruikte vakantiedagen uit 2006 vervallen per 1 januari 2012.

Het wetsvoorstel tot aanpassing van de vakantiedagenwetgeving is aangenomen door de Eerste Kamer. Deze wetswijziging is vereist op grond van uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Ook is bepaald dat werknemers hun wettelijke vakantiedagen binnen zes maanden na het opbouwjaar moeten opnemen. Voorbeeld: de wettelijke vakantiedagen die de werknemer opbouwt in 2012, moet hij/zij vóór 1 juli 2013 opnemen. Wel kunnen werkgever en werknemer in onderling overleg de verjaringstermijn verlengen. Werknemers die redelijkerwijs niet in staat zijn geweest vakantiedagen op te nemen, kunnen niet aan de maximale termijn worden gehouden. De praktijk zal moeten uitwijzen wanneer sprake is van zo’n situatie.

De vakantiedagenregeling geldt voor de vakantiedagen die u per 1 januari 2012 krijgt. Zijn werkgever en werknemer meer dan 20 vakantiedagen overeengekomen? Dan vallen de extra vakantiedagen buiten deze nieuwe regeling en geldt de verjaringstermijn van 5 jaar na de laatste dag van het opbouwjaar. Dit betekent dat wanneer per 1 januari 2012 een werknemer 25 vakantiedagen heeft, 20 dagen voor 1 juli 2013 moeten zijn opgenomen en voor de overige 5 dagen voor 1 januari 2018 moeten zijn opgenomen.

Voor een zieke werknemer verandert de opbouw van vakantiedagen ook. De opbouw van vakantiedagen bij langdurig zieke werknemers is nu nog beperkt tot het laatste halfjaar. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel heeft een langdurig zieke werknemer recht op dezelfde vakantiedagen als niet-zieke werknemers.

 
English (United Kingdom)
Broeseliske van Vlijmen Advocaten

 

linkedin


twitter